Wanneer kan ik mijn bollen planten?

  • Tulpen, krokus en overige voorjaarsbloeiers kunt u in het najaar (sep-dec) planten. Ook als er in december al nachtvorsten zijn kunt u nog planten. De bollen maken onder de grond intussen wortels. En blijven dan rustig tot het voorjaar. Vuistregel - plant 4 weken voordat de grond gaat bevriezen.
  • Zomerbloeiers kunt u afhankelijk van of zij winterhard zijn binnen starten of direct buiten planten. De zachte zomerbloeiers zoals dahlia start u het beste in huis vanaf maart. KLIK HIER VOOR DAHLIA INSTRUCTIES

 

Hoe diep en hoe ver uit elkaar?

  • Bollen moeten ongeveer tweemaal zo diep worden geplant als ze hoog zijn. Een bol van 5 cm hoog bedekt u dus met 10 cm aarde. Bij de in het wild groeiende gewassen liggen de bollen en knollen ook wel dieper. Vorstgevoelige planten zijn ook wat veiliger als ze iets dieper worden geplant. Een gevolg van wat dieper planten is dat de bollen iets later zullen bloeien. De grond warmt dan namelijk ook minder snel op.
  • Kleinere bollen worden ongeveer 5-8 cm uit elkaar geplant. De grotere geeft u zo'n 15-20 cm tussenruimte. Bovendien is het belangrijk dat de onderkant van elke bol of knol ook echt de aarde raakt. Ik raad u aan om de bol gewoon even licht aan te drukken.

 

Wel of niet in groepjes planten?

  • De meeste bollen groeien van nature in groepjes en worden daarom meestal ook in groepjes geplant (zo'n 7 tot 15 stuks). Maar durf ook gerust te experimenteren met losse tulpen of narcissen. Een enkele bloem kan soms een onverwacht spectaculair kleuraccent geven. U kunt de bollen in uw tuin ook in lagen boven op elkaar planten. Als u de bloembollen in een groepje wilt planten, graaft u een ondiep en breed gat. De wortels kunnen het gemakkelijkst groeien als u de grond in het gat voor het planten wat los maakt. Bij een wat strakker arrangement plant u elke bol gewoon precies daar waar u hem hebben wilt. Plant u meerdere groepjes, dan werkt u als volgt. U maakt het eerste gat en houdt de grond apart. U plant de bollen in het eerste gat. Vervolgens maakt u het tweede gat en met de grond uit dit tweede gat bedekt u de bollen in de eerste. En zo kunt u verder gaan. Het laatste gat kunt u weer vullen met de grond die u apart heeft gehouden van het eerste gat. Geef tot slot eventueel met een stokje aan waar u de bollen geplant heeft.

 

Natuurlijk effect

  • Het meest natuurlijke effect krijgt u als u de bollen los uit de hand strooit op de plaats die u in gedachten had. Daarna zet u de bollen met de neuzen naar boven en corrigeert eventueel de onderlinge afstanden nog wat. Met een handschepje steekt u dan voor elke bol een plantgat.

 

Water geven

  • En als de grond wat droog is, giet u water op de plantplek, maar dat is in de herfst haast nooit nodig. Hoe sneller de wortels kunnen uitgroeien, hoe beter.

Na de bloei

  • Verwilderende soorten kunt u laten staan tot de bladeren zijn verwelkt. Daarna mag u de bladeren snijden of gewoon laten liggen. Sommige wilde soorten hebben er toch baat bij om na 2-3 jaar te verplaatsen naar een ander stuk van uw tuin (lange Alliums, narcissen)
  • Verwilderende (kleine) tulpjes kunt u laten staan. De bloemen na de bloei wel verwijderen. Let op dat u ze niet per ongeluk weg schoffelt of schept. De zaadvorming kunt u beter vermijden want die bloeien de eerste 7 jaar niet. Spontaan uitzaaien levert grasachtig loof, wat u naar alle waarschijnlijkheid per ongeluk weg schoffelt. Daarom dus de uitgebloeide bloemen verwijderen.
  • Gewone (lange) tulpen dienen beslist opgegraven te worden nadat het blad is verwelkt. De bollen kunt u naar believen bewaren (luchtig en droog) tot het najaar om ze op een verse plek te planten waar geen tulpen hebben gestaan. Laat u ze toch staan, dan is de kans groot dat een specifieke tulpenschimmel uw bodem aansteekt en de nieuwe bloei van tulpen verpest.